Deel 1 – Het begin en het voorlopige einde

Leren surfen is een droom die vaak bij de eerste poging uiteenspat. Dat is eerder regel dan uitzondering. Mij overkwam het ook. Het is jammer, want het is een enorm kicken sport. De voldoening is hoog, maar de weg er naartoe is lang. En zout.

Surfen blijft altijd prikkelen. Telkens als je denkt het onder de knie te hebben, merk je weer hoe sterk de zee is en hoe klein jij bent. Hopelijk is dit verhaal een hart onder de riem voor iedereen met surf aspiraties.

Deel 1 gaat over mijn kennismaking met surfen en hoe ik besloot het nooit meer te proberen.

Het vrije leven

Ergens in het begin van 2010 bevond ik mij op een surfplank in de Pacifische oceaan. Met twee vriendinnen en veel te weinig geld op zak was ik door Zuid-Amerika aan het reizen. In het Chersonissos van Ecuador, genaamd Montañita, vinkten we deze activiteit af van onze backpackers bucket list.

De hele zomer had ik bij een strandtent gewerkt om te sparen voor deze trip. Het reizen was in mij in de bol geslagen tijdens mijn middelbare schooltijd. Ik was twee keer mee geweest met een bouwproject in de wildernis van zowel Ecuador als Ghana. Na mijn eindexamen had mijn moeder mij meegenomen op een roadtrip door de Verenigde Staten.

Ik was zeer tevreden met mijn baan op het strand. De vrije winters boden kans om de wereld te verkennen. Ik zag niet in waarom ik eigenlijk nog zou gaan studeren. Na twee weken in slaap vallen in collegezalen, heb ik dat plan dan ook voorlopig laten varen.

Een backpack illusie armer

Mijn eerste surfervaring in Ecuador was een drama. Tijdens de eerste golf lukte het nog wel om als een soort Bambi overeind te komen. Daarna was het een aaneenschakeling van wankelen en neerstorten. De instructeur bleef mij vol goede moed de golven induwen. Ik bleef met mijn gezicht voorover het water in duiken. Alleen al van het telkens terug ploegen door het zeewater was ik binnen no-time verrot. De hete zon op mijn hoofd en de mojito’s van de vorige avond resulteerden in een bonkende koppijn. Ik heb het twintig minuten geprobeerd. De rest van de twee uur durende surfles (hoe hielden andere mensen dat vol?!) heb ik als een gestrande walvis aan de kant liggen uitpuffen.

Misschien had het er iets mee te maken dat ik al drie weken in een hangmat had liggen roken en drinken. Ik was indertijd – op zijn zachts gezegd – niet de meest sportieve persoon. In ieder geval was het duidelijk dat dit niet mijn sport was.

Schuimstrijder in Bali

Na een strandseizoen over een terras rennen met armen vol lege spareribs borden, had ik genoeg moed – en weer te weinig knaken – verzameld voor een nieuwe poging. Begin 2011 bevond ik mij op Bali. In zo’n surfparadijs moet je natuurlijk op zijn minst even op een softtop rond dobberen.

Na drie maanden gefeest te hebben in Zuidoost-Azië was mijn lichamelijke conditie onder het nulpunt. Mijn instructeur stond hoofdschuddend aan de kant, wegens mijn gebrek aan souplesse. Toch had ik veel lol met het proberen de schuimgolfjes te pakken.

Het oefenen ging een week goed. Wegens een oorinfectie en ontoereikende fondsen moest ik stoppen. Mijn zus en ik zaten in Kuta. Ik weet niet hoe het daar nu is, maar toen was die stad echt een stinkhol. We hadden een kamer van 2 euro per nacht gescoord. Met bedbugs op de koop toe. Overigens vonden wij onszelf alsnog hele verwende meisjes. Wij hadden op ons 19e en 20e gewoon het geld om naar Azië heen en weer te vliegen. Terwijl we bijna overal ‘s nachts kleine kindjes zagen bedelen op straat.

Met nog maar een tientje op zak begonnen we aan de terugreis. Omdat we het allergoedkoopste ticket hadden geboekt, moesten we 20 uur wachten in Qatar. Een plek waar een tientje nog geen eurocent waard is.

Bij aankomst in Düsseldorf hadden we op wonderbaarlijke wijze nog steeds geen geld op onze rekening. Na een dag liften en een doos soepstengels kwamen we ’s avonds afgepeigerd aan in Leiden. De romantiek van het blutte backpackers bestaan is misplaatst.

Wipeout in de Noordzee

Met een klein hoopje dat de surfsport toch voor mij weggelegd zou zijn, peddelde ik de volgende zomer in Nederland een paar keer uit met mijn strandvrienden. Nog een voordeel van werken in een strandtent. Je bent vaak vrij met slecht weer, wanneer er golven zijn.

Mijn eerste flinke wipeout geschiedde. Ik maakte een nosedive van wat voelde als 3 meter hoogte. Je kent het wel: dat je door elkaar wordt geschud en dat je niet meer weet wat boven en onder is. Het gevoel dat je nooit meer aan de oppervlakte gaat komen. Ik was me kapot geschrokken. Dit wilde ik nooit meer meemaken!

Het deed mijn prille hobby de das om. Een trip naar Costa Rica en vele pogingen van mijn toenmalige vriendje om mij over te halen ten spijt, ik ging NOOIT meer die zee in.

Benieuwd hoe ik dan toch weer op de plank geklommen ben? Lees het in deel twee: zeg nooit nooit.

– – –

Jeanette lijdt al jaren aan reiskoorts. Momenteel sjouwt ze door Australië in een kampeerbusje samen met haar vriend Ad. Het is een aardige vent, maar hij heeft haar besmet met het surfvirus. Naast reizen en surfen houdt ze van slapen, eten, schrijven en koffie. In die volgorde. Meer reisverhalen zijn te vinden op adensjaangaan.com.

Credits voor de foto bovenaan dit blog: Vincent Schaap

3 REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.